eigen foto: schaakspel uit WOI (museum Verdun)
Loper vs paard: nogmaals
Een aanvulling: loper vs paard in het eindspel: wie wint?Opkuis
Zoals Brabo al vermeld heeft in zijn blog, waren hij en ikzelf er even tussenuit om te gaan spelen in Marienbad. Daarover later verslag. Wel had ik daar wat tijd om mijn (openingsanalyse)databanken op te schonen (partijen van minder dan 10 wegfilteren, partijen met interessante eindspelen naar mijn eindspeldatabank copiëren enzovoort). Bij mijn terugkomst botste ik op volgende stellingen: koning en loper + 4 of 5 pionnen tegen koning en paard + 4 of 5 pionnen.
Als je de strijd loper tegen paard eens vanuit de startpositie bekijkt (Euwe deed dat ooit met het pionneneindspel in de afruilvariant van het Spaans en toonde aan dat het pionneneindspel gewonnen was voor wit, net door die dubbelpion van zwart op de damevleugel), dan lijkt het alsof zwart met zijn eerder in sprongkracht beperkte paard het moeilijk zal hebben. Dat klopt in dit type eindspel meestal, maar zwart houdt (computer vs computer) wel de stelling in evenwicht. In bv de stelling 1n2k3/ppp2pp1/8/8/8/8/1PP2PPP/2B1K3 w mag je de loper op c1 of f1 zetten, en het paard op b8 of g8, het maakt weinig uit. De pionnenmeerderheid die elke partij op één vleugel heeft, maakt de onbalans nog niet groot genoeg om de strijd in een beslissende plooi te laten vallen.
Maar maak je het iets spannender, bv in 1n2k3/ppp2p2/8/8/8/8/2P2PPP/2B1K3 w, dan verandert het landschap. Elke partij heeft nu maar 4 pionnen, maar de meerderheid is nu telkens 3 vs 1 ipv 3 vs 2. Deze stelling is “glad” (volgens de computer) gewonnen. Het onevenwicht in de stelling is te groot, en de grotere reikwijdte van de loper geeft hier de doorslag. Dit is trouwens de enige configuratie die wit wint (met de loper op f1 houdt zwart remise met zowel Pb8 als Pg8 en ook Lc1 vs Pg8 is remise), wat aanduidt dat het evenwicht maar net verbroken is. De loper staat prima om op beide helften van het bord actief te worden, en de meerderheid op de koningsvleugel is snel genoeg om het paard tijd te laten verliezen in pogingen om daar de lekken in de boot te stoppen.
Een mogelijke winst is bv:
Kijk, ik vind dit boeiend. Het is niet kennis die je als parate kennis moet benoemen (ongeacht de plaats van paard en loper zal elke sterke speler die de loper heeft, dit proberen te winnen, ook met vijf vs vijf pionnen), maar het geeft vertrouwen als je zo'n stellingen op het bord zou krijgen.
In onderstaande stelling heeft zwart slechts één (niet zo moeilijk te vinden zet); zwarts koning staat centraal en hij hoeft "enkel" de witte koning buiten te houden.
Dat lukt met het op het eerste zicht verrassende, maar zeer logische Pa6! Zo zijn er nog tientallen, honderden voorbeelden, waarin vooral de partij met het paard zeer omzichtig moet spelen, vooral als de pionnen ver van elkaar staan. De kracht van de loper (zowel in afstand als in tempi) in dergelijke open stellingen (elk 3 pionnen en minder) is vaak te groot voor de paardpartij om hiertegen op te boksen.